May 2008

M T W T F S S
« Apr    
 1234
567891011
12131415161718
19202122232425
262728293031  









mail Wap Version

‘Moord op Kerwin Duinmeijer niet racistisch’
8 May 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Multikul  |   Email    |   Print

(Nu.nl) - De destijds 16-jarige Nico Bodemeijer had geen racistische motieven toen hij in 1983 in Amsterdam de 15-jarige Antilliaan Kerwin Duinmeijer doodstak. Dat zei Bodemeijer woensdag in het tv-programma Profiel van de Humanistische Omroep.

De destijds 16-jarige Nico Bodemeijer had geen racistische motieven toen hij in 1983 in Amsterdam de 15-jarige Antilliaan Kerwin Duinmeijer doodstak. Dat zei Bodemeijer woensdag in het tv-programma Profiel van de Humanistische Omroep.

Misvatting
De moord ging de geschiedenis in als de eerste racistische moord sinds de Tweede Wereldoorlog. Volgens Bodemeijer een misvatting: “Dat hij zwart was speelde geen rol. Het had net zo goed iemand anders kunnen zijn.”

Ruzie

In de nacht van 20 augustus 1983 kreeg Duinmeijer bij een snackbar in de Amsterdamse binnenstad ruzie met twee skinheads, onder wie Bodemeijer.

Tijdens het gevecht dat volgde stak Bodemeijer de Antilliaanse Duinmeijer met een mes. Duinmeijer overleed enige tijd later in het ziekenhuis door bloedverlies.

Opschudding

De zaak veroorzaakte in het hele land veel opschudding vanwege het vermeende racistische motief. Bodemeijer zou tijdens de ruzie ‘vuile nikker’ hebben geroepen, en zou bij de politie hebben verklaard dat hij stak omdat Duinmeijer ‘vies’ had gekeken.

Flauwekul

Bodemeijer: “Dat weet ik niet meer precies. Duinmeijer was met vier vrienden, die ons uitdaagden. De vriend met wie ik was reageerde daarop, ik probeerde het te sussen.”
Toen dat niet lukte liep Bodemeijer een naburig café binnen en leende een mes van een daar aanwezige vriend.

Steekpartij
In de knokpartij die volgde zegt Bodemeijer te hebben gestoken. “Maar ik wist niet eens of ik hem geraakt had. Het was niet de bedoeling hem dood te steken.”Bodemeijer werd door de rechtbank veroordeeld tot 5 jaar jeugd-TBS. De rechter achtte racisme niet bewezen als wezenlijk motief voor Bodemeijers daad.

Taxichauffeur
In de commotie na het incident kreeg ook een Amsterdamse taxichauffeur veel kritiek, omdat die geweigerd had Duinmeijer in zijn wagen vanaf de Dam naar het ziekenhuis te brengen.
De ambulance liet vervolgens te lang op zich wachten om de gewonde jongen te kunnen redden.

Herdenkingstocht

Een groep vrienden en bekenden van Duinmeijer organiseert elk jaar een herdenkingstocht van de Dam naar het standbeeld Mama Baranka in het Vondelpark. Dat beeld is opgericht ter nagedachtenis aan Duinmeijer. Deze tocht staat in het teken van de strijd tegen racisme.

Bewuste uitzending van het programma profiel met Nico B. is hier te bekijken

Bron: Nu

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Feestzitting 30 jaar Voorpost Nederland
2 May 2008  |   Algemeen and Cultuur and Maatschappij and Europa and Multikul  |   Email    |   Print

(Voorpost.org) - Dertig jaren van actie, vorming en kameraadschap. Dertig jaren lang op de barricaden voor de belangen van het Nederlandse volk. Dertig jaren idealistische strijd en het uitdragen van de Heel-Nederlandse gedachte. Met hoogte- en dieptepunten, met sterke en minder sterke momenten, maar dat kan niet anders wanneer een organisatie al zolang bestaat.

In het Utrechtse was er een leuke locatie gevonden om te vieren dat we al zolang bestaan. Bijna 150 mannen en vrouwen, jongens en meisjes, kinderen en ouderen persten zich in de zaal. Oude bekenden, een grote groep Vlaamse kameraden die met de bus waren gekomen (onze dank hiervoor) en vele nieuwe gezichten. Medeoprichter van Voorpost en Vlaams actieleider Luc Vermeulen verhaalde over de moeilijke beginjaren van Voorpost Nederland. Over de opbouw, welke mensen er in actief waren en wat ze zoal aan acties ondernamen. En daarbij kwamen ook de nodige anekdotes. Sommige waren leuk; denk aan de gezamenlijke Pinksterkampen en de zangfeesten. Andere veel minder; kraampjes met informatiemateriaal vernielt door linkse activisten en het gegeven dat Voorpost Nederland zelfs ondergronds verder moest omdat de dreiging van extreemlinks abnormale vormen begon aan te nemen. Luc Vermeulen sloot af met de huidige generatie veel sterkte te wensen.

Als tweede spreker stapte Tim Mudde naar voren. Nog altijd een gekende man in de beweging door zijn vele activiteiten, recent nog met Radio Rapaille, en zijn nimmer tanende inzet. Hij vertelde ons over wat hij zoal mee heeft gemaakt in zijn jaren bij Voorpost. Hij deed zijn eerste politieke stappen bij JFN en later werd hij secretaris bij de Centrumpartij’86. Vanaf 1993 bezocht hij de Pinksterkampen met veel genoegen en dat heeft dat kunnen overdragen aan anderen. Ook bezocht hij met een flinke ploeg Voorposters enkele malen de Slag bij Warns. Rond 1996 werd hij landelijk actieleider van Voorpost Nederland. Daaruit wist hij nog een aantal leuke acties te vertellen. Bekend is de actie tegen het eredoctoraat aan Nelson Mandela dat de Universiteit van Leiden wilde uitdelen. Na uren wachten omringd door aanhangers en bewonderaars van Mandela werd een groots spandoek onthuld met de tekst ‘Mandela Moordenaar’. De actie tegen het tentoonspreiden van politieke pamfletten van de Chinese dictator Mao Tse-tung vond Tim Mudde persoonlijk erg geslaagd. De activisten kregen toen enkel en alleen positieve reacties. Enkele mensen gingen deden zelfs hun beklag doen bij het Groninger Museum . Later is Voorpost onder Tim Mudde ook acties gaan voeren op thema’s die vroeger als links bekend stonden. Noem globalisering en dierenrechten. Bekend zijn de acties tegen halal-vlees in de schappen van supermarkten.

Hierna hielden we een korte dodenherdenking voor onze kameraden Voorposters die niet meer onder ons te zijn.
Zij vochten en knokten, werkten en zwoegden en zetten hun beste beentje voort. Ze streden voor een betere wereld. Belangeloze inzet, niet voor gelden of materiaal maar uit idealisme. Voor Europa, voor de Nederlanden. Nu zijn ze er niet meer, maar ze blijven voor altijd in ons hart. Wij gedenken hun, met de zang ‘ik had een wapenbroeder’. Hierna was er plaats voor een lange pauze en konden de aanwezigen zich laven aan een hapje en een drankje. En omdat de zon scheen stond het merendeel van de mensen lekker buiten te genieten.

Na de pauze sprak Paul Peters over zijn periode als actieleider. Hij hekelde allereerst de naoorlogse politieke kaste die stelselmatig de Nederlandse identiteit ondergraaft. Verder had hij nog een aantal daverende verhalen over onze recente acties. Onder andere de beruchte schoonmaakactie bij het Utrechts centraal station. Waar van te voren was aangekondigd dat wij de boel kwamen schoonvegen. Onder schoonvegen dacht men toen aan de junkies en ‘jongeren’ die de boel daar onveilig maken. Maar Voorpost kwam met bezems en emmers sop. Ook haalde Paul Peters de sensationele actie bij Kedichem aan. Waar plotsklaps op een doordeweekse avond ruim zestig militanten protesteerden tegen het links geweld en dan specifiek de laffe aanslag van antifascisten op politiek andersdenkenden. Paul riep op de aanwezigen strijdbaar op zich nog meer in te zetten samen met de Voorpostmilitanten en somde daarbij kort de aankomende acties en activiteiten op.

Als laatste kwam de voorzitter van Voorpost aan het woord. Johan Vanslambrouck wist de zaal mee te nemen in een boeiend relaas waarin hij het gebrek aan verschillen tussen Nederlanders en Vlamingen nog maar weer eens aanduidde. Dezelfde taal, dezelfde afstamming, deze cultuur, we mogen zoals de voorzitter treffende uitdrukte ‘dus van één volk spreken’. Verder kwam de Nederlandse en Belgische politieke correctheid volop aan bod. ‘Ze prediken onverdraagzaamheid, in de naam van de verdraagzaamheid’. Er is inderdaad (Doekle Terpstra) in die dertig jaren niet veel veranderd. Zo noemen de communisten zich dan geen communisten meer maar hun ideologisch denkpatroon hebben ze nimmer verloochend. Omgaan met andersdenkenden blijken ze nog altijd niet te kunnen.

Na deze toespraak sloten we, iets eerder dan gepland (zie politie schendt burgerrechten) af met een samenzang uit volle borst. Prachtig. En nu weer terug naar de barricades. Tot onze volgende verjaardag.
Achteraf mogen we toch nog wel een aantal heugelijk feiten vaststellen:
# Dat we Voorpost Vlaanderen nog dankbaar zijn voor het prachtige verjaarpresentje.
# Dat we bezoekers hadden uit vrijwel alle provincies van de Nederlanden.
# Dat er tussen de jongste en oudste bezoeker zeker tachtig jaar verschil zat.
# Dat het toch wel een aangenaam feest was, ondanks wat organisatorische ongemakken.
# Dat voorpost al dertig jaar ongebroken is en altijd zal blijven!

Op naar Voorpost 35 jaar!

Bron: Voorpost

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Homomodel van catwalk getrokken
2 May 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Multikul and Islamisering  |   Email    |   Print

(AD.nl) - In een zijstraat van het Rembrandtplein is op Koninginnedag een homomodeshow ernstig verstoord.

Het homoseksuele model Mike du Pree werd door tien jongeren van de catwalk gesleurd. Toen hij zich wilde verdedigen vielen er rake klappen. Een omstander kwam voor het model op en er ontstond een vechtpartij. De show was juist georganiseerd voor tolerantie ten opzichte van homoseksuelen.

Voordat het uit de hand liep was de sfeer al erg gespannen. Het publiek maakte opmerkingen over de kleding en een aantal modellen werd uitgescholden. De aanval op Du Pree was het dieptepunt. “Mike werd aan zijn arm er af getrokken”, zegt organisator Jennifer Delano. “Ze knepen hem, hij verdedigende zich en de allochtonen begonnen te slaan.” Volgens haar zou het gaan om een groep van tien jongeren met een moslimachtergrond. De vechtpartij duurde niet lang, maar de politie kwam te laat.

Delano weet nog niet of ze ooit weer een tolerantiemodeshow wil organiseren. “Ik moet eerst nog bijkomen van wat er gebeurd is”, zegt de initiatiefnemer. Amsterdam is volgens haar “geen tolerante stad meer”. Ze gaat aangifte doen en overweegt gerechtelijke stappen tegen de daders. Zij lopen nog vrij rond.

Bron: Algemeen Dagblad

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Hoe het Westen zich conformeert aan Eurabië
30 April 2008  |   Algemeen and Cultuur and Maatschappij and Politiek Nederland and Multikul and Islamisering  |   Email    |   Print

(KatholiekNieuwsblad.nl) Ben van de Venn - Op een conferentie van Kerk in Nood boog twee weken geleden een forum deskundigen zich over de christelijke wortels van Europa. De schrijfster Bat Ye’or liet een ernstige waarschuwing horen. “Wilders is een moedig mens.”

“Schrikt u van wat ik zeg?”, vraagt Bat Ye’or. De onder schuilnaam schrijvende joodse auteur heeft zojuist in Augsburg een rede uitgesproken over de rol van de islam in Europa. Zo’n tweeduizend mensen luisterden ademloos naar haar betoog over de sluipende islamisering van het continent. De titel van haar laatste boek spreekt voor zich: Eurabia.

Door de spotprentenaffaire in Denemarken kwamen volgens Bat Ye’or de meningsverschillen aan het licht tussen de bestuurders in Europa en de bevolking. Terwijl de eersten de prenten probeerden te voorkomen, verdedigde de meerderheid van de bevolking de vrijheid van meningsuiting als westerse waarde. Een conflict in het hart van Europa dat de politiek met taboes had willen omringen, trad aan het daglicht.

Een sleutelwoord voor Bat Ye’or is de Arabische term dhimmi, de aanduiding voor een christen of jood die het oppergezag van de islam erkend heeft. Voor de genocide op de Armeniërs begin twintigste eeuw werden de christelijke en joodse minderheden in het Ottomaanse rijk al dhimmi genoemd. Ze werden getolereerd maar moesten daar wel voor betalen. In haar laatste boek gebruikt Bat Ye’or dhimmitude voor de verinnerlijkte onderwerping aan de islamitische superioriteit. Een burgemeester die na de moord op een islamcriticus thee gaat drinken in een moskee, is het zuiverst denkbare voorbeeld van dhimmitude.

In Eurabia legt de joodse schrijfster de historische wortels bloot van de islamisering en daarmee gepaard gaande dhimmitude in Europa. “Naar mijn mening werden in 1973 noodlottige politieke beslissingen genomen. Het was de tijd na de Jom Kipoeroorlog waarin Egypte en Syrië gelijktijdig Israël aanvielen. Maar Israël herstelde snel en bracht zijn vijanden een gevoelige nederlaag toe. De militaire vernietiging van Israël was mislukt; andere strategieën waren nodig. Die werden gevonden in het wapen van de olie, dat het Westen bij de oorlog moest betrekken. De prijs van olie werd verviervoudigd en de productie van ruwe olie elke maand met vijf procent verminderd, totdat Israël zich terug zou trekken uit de gebieden die Syrië, Egypte en Jordanië verloren hadden in 1967. Bovendien legden ze een olie-embargo op aan de landen die in hun ogen te nauw bij Israël betrokken waren: de VS, Denemarken en Nederland.” De daarop volgende gebeurtenissen bewezen dat de tactiek succes had. Op 6 november 1973 vergaderden de negen geschrokken EEG-landen in Brussel. Ze namen een resolutie aan waarin de landen zich conformeerden aan de Arabische standpunten over het conflict in het Midden-Oosten. Ook zouden ze geen bezwaar maken tegen grootschalige immigratie en islamitisch onderwijs en de islamitische cultuur bevorderen.

Toch verklaart Bat Ye’or de islamisering van Europa ook op een fundamentelere manier. De geconstateerde dhimmitude is eigenlijk een vreedzame vorm van jihad die al dertien eeuwen tegen christenen en joden gevoerd wordt. Inzet was volgens de schrijfster de kijk die moslims op de bijbel hebben. “De koran heeft het over Adam, Noach, Isaac, Mozes, David, Salomon en Jezus, maar ze belichamen andere personen dan hun naamgenoten in de bijbel. Deze bijbelse personen zijn volgens de islam eigenlijk islamitische profeten. Ze wijzen vooruit naar de islam en de bijbel is een latere vervalsing van de islamitische openbaring. De bijbelse geschiedenis is dus eigenlijk islamitische geschiedenis. Joden hebben volgens deze visie geen wortels in het Heilig Land.”

Het multiculturalisme is volgens Bat Ye’or een beslissende dimensie in de Euro-Arabische alliantie. Sinds 1975 bevatten teksten van Euro-Arabische verdragen en van de EU eisen om culturele en politieke islamitische centra op te richten in de Europese grote steden. Moslims zijn van mening dat er geen joods-christelijke beschaving bestaat. Dus hebben Europese politici besloten dat Europa geen christelijke wortels heeft.

Het zal geen verbazing wekken dat de schrijfster over Eurabië ingenomen is met de film Fitna van Wilders. “Ik denk dat hij een moedig mens is. Hij riskeerde tenslotte zijn leven om de realiteit van de islam te laten zien en de lafheid van de Europese politici. De meeste politici zijn te zeer verblind door macht en aanzien om de ogen te openen. Wilders liet zien waar de islam toe leidt: de rechteloosheid van vrouwen, het onthoofden van tegenstanders, het doden van afvalligen. De film is beslist niet islamofoob. Wilders vindt de dingen die hij laat zien niet zelf uit.”

Bron: Katholiek Nieuwsblad

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Asielbeleid leidt tot onevenredige toename moslims
30 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Multikul and Islamisering  |   Email    |   Print

(Trouw.nl) Nahed Selim - Bijna iedereen komt om in het werk maar de leden van de Eerste Kamer hebben niets te doen, las ik deze week. Menig Nederlander zal er jaloers op ze zijn. Het is niet aan senaatleden te wijten maar aan het kabinet dat slechts wetsvoorstellen doorstuurt die om weinig discussie vragen. Het kabinet zou zich moeten inspannen voor wetsvoorstellen die er toe doen.

Het is op zijn minst merkwaardig dat het kabinet zich koest houdt over het onderwerp waarover het meest gedebatteerd wordt in Nederland, namelijk integratie van moslims. Problemen zijn weliswaar niet altijd op te lossen met nieuwe wetten maar hardnekkige integratieproblematiek maakt het noodzakelijk om goed te kijken naar andere dossiers zoals immigratie- en asielbeleid die om nieuwe wetgeving schreeuwen.

Het leidende principe moet zijn dat immigratie de samenleving moet dienen en niet andersom. Officieel geldt in Nederland een streng immigratiebeleid voor landen buiten de EU en niet-Westerse landen. Een uitzondering daarop vormt het asielbeleid. Wat we nu zien gebeuren is dat onopgemerkt de immigratie van moslims gestaag toeneemt juist door het asielbeleid. De Categoriale Bescherming voor landen waar het momenteel onveilig is (iedereen die kan bewijzen dat hij/zij uit zo’n land komt, krijgt onmiddellijk een verblijfsvergunning voor 5 jaar), en het Generaal Pardon hebben namelijk feitelijk grotendeels betrekking op moslimgebieden.

De omvang van de immigratie die zodoende plaats vindt, is niet te voorzien vanwege de mogelijkheid tot gezinshereniging die mensen hebben zodra zij hier een status krijgen. Een statushouder mag de partner en de minderjarige kinderen (gemiddeld zeer grote aantallen) hier naar toe halen.

Het gaat dus om getallen die niemand heeft voorzien en die wel eens verrassend hoog kunnen zijn. Daarom is het verstandig er enig onderzoek naar te doen, voordat we over dertig jaar weer moeten herhalen dat de massamigratie door het asielbeleid onvoorzien en onbedoeld was, zoals er nu ook gezegd wordt over de gevolgen van gezinshereniging van de destijds geïmporteerde gastarbeiders.

Natuurlijk wil Nederland mensen de mogelijkheid blijven bieden om te ontsnappen aan onmenselijke situaties in landen als Irak en Soedan, maar waarom wordt er zo weinig gedaan aan de opvang in de eigen regio, zoals vaak geopperd wordt?

Met financiële hulp vanuit het Westen aan de omringende landen kan er veel geregeld worden omdat de capaciteit van opvang in Nederland niet onbeperkt is. Tegelijkertijd is het perspectief dat de onstabiliteit in het Midden-Oosten en andere islamitische landen waarschijnlijk alleen maar zal toe nemen in de komende jaren waardoor de stroom van politieke en economische vluchtelingen eerder zal toenemen dan afnemen. Daarom blijft het verwaarlozen van opvang in de eigen regio een onvergeeflijke laksheid.

Het kabinet en vervolgens de Eerste Kamer kunnen niet alle wetten omtrent immigratie en asiel zelf veranderen, maar er is genoeg ruimte voor elk Europees land om de toepassing van die wetten zelf in te vullen. Zodoende bestaan er dus duidelijke verschillen tussen Europese landen. Verschillen die maken dat Nederland een favoriete bestemming is voor asielzoekers als het gaat om het verkrijgen van status, de opvang, de bekostiging van rechtshulp en de mogelijkheid tot gezinshereniging. Anderzijds vereist een ander beleid een gezamenlijke Europese wetgeving. Misschien een taak voor de europarlementariërs om zich mee bezig te houden, ter afwisseling op de wetten voor het etiketteren van voedingsmiddelen, het bestrijden van zogenaamde ’islamofobie’ en andere onbestaande fobieën, zodat de burger het nut van Europa iets meer kan waarderen?

Bron: trouw

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Gerecycled communistisch afval
30 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij  |   Email    |   Print

(Petersiebelt.nl) - Onder de noemer GroenLinks, SP of PvdA is het gerecycled communistisch afval in Nederland steeds meer het politieke pluche in Den Haag, provincies en gemeenten gaan bevolken en mogen we met z’n allen dagelijks de gevolgen van hun ‘misdadige’ idealen ervaren.

Tijdens een van mijn bezoeken aan Italië - gedurende de verkiezing van april 2008 - mocht ik het tegenovergestelde meemaken, hun communistische kameraden werden namelijk compleet van het bestuurlijke politieke toneel gevaagd.

Voor het eerst sinds 1946 komen er geen communistische partijen in het Italiaanse parlement. Samen met de milieutetterende groenen zijn zij de grote verliezer. Italië koos voor centrum rechts. Zij komen met een ruime meerderheid in de Italiaanse Senaat en in het Huis van Afgevaardigden mede waardoor er onder de senatoren weer voldoende steun is te verwachten voor de nieuwe regering. Dit in tegenstelling tot de situatie in de afgelopen linkse regeerperiode van de linkse regering van Romano Prodi.

Aan de ene kant waren de Italiaanse verkiezingen voor mij een verfrissende ervaring maar aan de andere kant gaf het me ook een beetje een triest gevoel. Dit kwam door de vele heftige maar prettige discussies die ik de afgelopen jaren mocht voeren met jonge linkse Italianen. Zij zagen hun droom in rook opgaan. Links, het communisme was hun ideaal.

Over de afschuwelijke misdaden tegen de mensheid die door het communisme werden begaan wisten zij meestal niets of wilde men liever niet praten. De linkse politiek, het onderwijs, had zijn jarenlange informatievervuilende en hersenspoelende aanpak op effectieve wijze op de jeugd uitgevoerd.

Wanneer ik bijvoorbeeld aan jongeren vroeg waarom ze een Palestijnensjaal droegen kreeg ik als antwoord ‘dat betekent vrede’. Waarop ik dan meestal op plagende wijze reageerde met: ‘Oh … dus kinderen en vrouwen met bomgordels om betekent in jullie ogen vrede’. Om de daarop volgende pijnlijke stilte te verbreken schonk ik ze dan meestal een heerlijk glas sprankelende proseco in: ‘la salute’.

Amper terug in Nederland verging me al weer snel het vrolijke ‘salute’ door de volksverlakkende activiteiten van de Haagse politieke meute. Laten we er even één aanhalen.

‘Kamer eist optreden tegen milieuvervuiling Curaçao’ kopte een artikel in de Volkskrant van 28 april 2008. Tjonge, jonge, jonge, wederom een staaltje smerig politiek ijlen in de ruimte.

Neem de partij die al jaren zegt op te komen voor het milieu, GroenLinks. Bij monde van haar fractieleider Femke Halsema bracht zij het vreselijke ‘nieuws’ dat jaarlijks achttien Antilliaanse eilandbewoners vroegtijdig sterven door de milieuvervuilende, sterk verouderde raffinaderij.

Afschuwelijke linkse partijpropaganda, hoezo? Voor haar is het namelijk niks nieuws want haar dik gesubsidieerde buitenparlementaire achterban zit er al jarenlang met hun neus bovenop. Waarom komt ze er nu pas mee?

Ook de woordvoerder van Binnenlandse Zaken liet van zich horen en deed er nog een vuil schepje schijnheiligheid bovenop. Het ministerie weet ook al jaren van wanten maar liet in het artikel weten dat de Nederlandse regering zich niet afzijdig houdt bij de stank en gezondheidsproblemen op de Antillen.

Niet afzijdig, onze politiek, onze overheid? Zum kotzen. Waarom?
Al meer dan dertig jaar wordt de gezondheid van de bevolking op Curaçao in gevaar gebracht door het nalatige beleid van zowel de Antilliaanse als Nederlandse overheid. En ook de dik gesubsidieerde linkse buitenparlementaire netwerken zijn door hun de selectieve zwijgzaamheid medeplichtig.

Neem het beruchte asfaltmeer, een erfenis van de koninklijke Shell-Curaçao. Tijdens een van mijn bezoeken aan de Antillen was voor mij de maat vol en heb ik dit misdadige politieke beleid in een artikel in het AD Ned. Antillen/Aruba op 20 maart 1996 aan de kaak gesteld met als kop: ‘Geen activisten, maar anti-visten’.

Tevens plaatse ik op diezelfde dag in de lokale krant Amigoe het navolgende bericht:

‘Het vuilnisvat van Shell: Een uniek milieuproject ’

Curaçao erft niet alleen het vuilnisvat van Shell maar tevens de informatievervuiling en selectieve actiebereidheid van de Shell-tegenstanders, waaronder een aantal mensenrechten- en milieu-organisaties.

Waarom stelden de beleidsmakers van deze organisaties het asfaltmeer niet ter discussie in de jaren ’70-’85? Zij waren immers gedurende die periode zeer actief met diepgaande onderzoeken naar de activiteiten van Shell-Curaçao, onder andere m.b.t. haar olieleveranties aan het voormalige Rhodesië en Zuid-Afrika.

Waarom hebben zij meer dan twintig jaar gezwegen over deze door Shell veroorzaakte vervuiling? Wilde men soms wisselgeld bewaren voor latere activiteiten? Of tracht men zich te verschuilen achter “Das haben wir damals nicht gewust”?

Ik steun de actievoerders in hun argument dat het asfaltmeer “een groot afvalprobleem is” maar sta verbaasd over hun grote vraag “wie voor de kosten moet opdraaien”. Zij zijn immers de activisten, die sedert een aantal decennia gespecialiseerd zijn in het vergaren van miljoenen guldens overheidssubsidies voor diverse ontwikkelingsprojecten in de wereld.

Het moet voor hen en hun achterban, waaronder de minister van Ontwikkelingssamenwerking, Jan Pronk, geen enkel probleem zijn om van hun huidige budgetten voor milieuprojecten in de wereld een paar procent af te halen voor een uniek milieuproject als het asfaltmeer in Curaçao. Of is het zo, dat het hen momenteel niet uitkomt om zo een prachtig anti-Shell-mediaproject op korte termijn af te sluiten met concrete oplossingen.

Mochten de dames en heren anti-visten, en anderen, nadere informatie wensen over de vraag “Hoe lossen we de financiering met betrekking tot het asfaltprobleem op”, dan kunnen ze zich wenden tot ondergetekende.

P.J.W Siebelt
International Consultant.

Daarna bleef het geruime tijd oorverdovend stil. Waarschijnlijk was voor het gerecycled communistisch afval het ‘korenbloemtje’ of ‘fietspad’ in de ‘Afrikaanse jungle’ véél belangrijker. Pas na 2002 kwamen er over het enorme Curaçaose probleem schoorvoetend berichten via de milieubeweging en liet ook GroenLinks en de SP van zich horen.*

Onze politiek, onze overheid, de milieubeweging, eigenlijk zouden we ze moeten deporteren naar de randen van het asfaltmeer of het terrein van de vervuilende raffinaderij. Eens kijken hoe lang het probleem dan nog zou duren.

Salute.

Bronnen:
http://www.allepersberichten.nl/persbericht/1985/1/De-grofste-milieuschande-in-het-Koninkrijk/
http://www.sp.nl/nieuwsberichten/1724/031029-autoriteiten_mede_schuldig_aan_voortdurende_afvallozingen_op_curaao.html
http://www.noticias.nl/milieu_artikel.php?id=1013
http://antilliaans.caribiana.nl/innederland/car20070102_milieudefensie
http://humanecare.org/Onderzoek%20vervuiling%20Isla%20-

Bron: Petersiebelt

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Wereldomroep schorst politiek redacteur Van Santen
19 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Politiek Nederland  |   Email    |   Print

(Nrc.nl) - Rutger van Santen, politiek verslaggever van de Wereldomroep, is door zijn werkgever een maand geschorst. Bovendien mag hij de daarop volgende drie maanden geen verslag doen van de Nederlandse politiek en wordt hij teruggeroepen naar Hilversum.

De directe aanleiding voor de disciplinaire maatregelen is een interview met Groen Links-Kamerlid Tofik Dibi dat Van Santen op 7 april maakte voor de tv-zender Het Gesprek. Hierin noemde hij Geert Wilders „leugenaar” en „racist”.

Daarmee ging hij te ver, vindt Wim Jansen, waarnemend hoofdredacteur van de Wereldomroep. „De journalistieke aanpak van zijn nevenactiviteiten brengt de Wereldomroep schade toe.”

Van Santen zou „te emotioneel betrokken” bij zijn onderwerpen zijn en daardoor niet meer in staat zijn de nodige afstand te nemen, aldus Jansen. Van Santen is het „apert oneens” met de kwalificaties, maar beraadt zich nog over wat hij gaat doen.

Van Santen, die ook voorzitter van de Parlementaire Persvereniging (PPV) is, heeft al eerder kritiek gehad vanwege zijn te geprofileerde publieke opstelling. In juni 2007 schreef hij een column waarin hij betoogde „altijd tegen de boevenbende van Wilders” te zijn. Ook daarvoor werd hij destijds door zijn werkgever op het matje geroepen.

Ook onder parlementair journalisten is Van Santen niet onomstreden. In maart schreef hij als PPV-voorzitter nog een opiniestuk in de Volkskrant waarin hij de Tweede Kamer hekelde omdat er geen debat over de film van Wilders werd gevoerd.

Elsevier-redacteur Syp Wynia bekritiseerde Van Santen onlangs in het blad van de Haagse sociëteit Nieuwspoort. De voorzitter van de PPV „heeft zich in politieke kwesties niet voor te doen als de spreekbuis van de journalisten die rond het Binnenhof werken”, schreef Wynia. Hij laat hiermee „de indruk bestaan dat hij hun woordvoerder is”.

Van Santen weerspreekt dat, maar zegt wel te overwegen zijn taken tijdelijk over te dragen aan de vice-voorzitter van de PPV.

Bron: nrc

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Rechts anarchist zijn
18 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Politiek Nederland and Politiek Internationaal  |   Email    |   Print

(Nsalternatief.wordpress.com) Door Jean-Marc Goglin - De anarchist verschijnt op het einde van de 19de eeuw. Hij wijst in naam van de individuele vrijheden het hem opgelegde begrip vooruitgang af van de industriële maatschappij, die bezig is zich te vormen.

De rechtse anarchist is geen simpele individualist. Hij verankert zijn waarden in de afwijzing van de democratie. Hij protesteert tegen de starre denknormen en -houdingen geboren uit de industriële revolutie en wil doorgaan voor de verdediger van de traditionele aristocratische waarden van Frankrijk.

I. De democratie afwijzen

De rechtse anarchist wijst de filosofische erfenis van 1789 af. Hij wijst het egalitaire postulaat af nagelaten door de Franse Revolutie en ontkent de legitimiteit van de meerderheid. Volgens hem kan het kwantitatieve criterium geen enkele legitimiteit aan de keuze geven. De keuze kan alleen maar tot stand komen door enkelen. De vrijheid definiëren als een collectief principe lijkt incoherent voor de rechtse anarchist. De vrijheid is individueel en is slechts het bezit van enkelen. Een revolutionaire regering kan in geen enkel geval de vrijheid officialiseren en de rechten die eruit voortvloeien.

Inderdaad, de vrijheid wordt gekozen en gemaakt dankzij wil en energie. De rechtse anarchist wijst de legitimiteit van de Republiek af. Volgens hem vertegenwoordigt zij de decadentie, zowel moreel als politiek. Hij vindt het politieke systeem instabiel, corrupt en inefficiënt. Volgens hem heeft eigenlijk de burgerij de macht in handen en vermomt zij haar heerschappij onder een democratische schijn die tot een collectieve tirannie leidt.

De rechtse anarchist haat de intellectueel, die de uitvinder van de democratie is. Hij vindt hem onrealistisch en onverantwoordelijk. Hij verwijt hem zijn zin van de geschiedenis, die onvermijdelijk gaat in de richting van vooruitgang. Hij wijst zowel de geschiedenisopvatting van Auguste Comte als die van Karl Marx af.

De illusie die de intellectueel koestert om de grote politieke zienswijzen te definiëren komt voor de rechtse anarchist dus over als een gevaar. Niet enkel is de intellectueel geen gids, maar hij verziekt ook de fundamenten van de maatschappij. Hij theoretiseert slecht en is niet in staat om zelf te handelen volgens zijn ideeën, die trouwens niet toepasbaar zijn. De rechtse anarchist vindt dus in navolging van Friedrich Nietzsche dat de 19de eeuw een eeuw is van decadentie, zowel individueel als collectief. Volgens hem verdwijnt de spiritualiteit onder de illusie van de technische vooruitgang.

II. Een ideaal bieden dat zowel libertair als aristocratisch is

De rechtse anarchist vindt dat hij de intellectuele en morele plicht heeft om in opstand te komen. Dat verzet leidt de rechtse anarchist dikwijls tot geweld: in zijn woorden, zijn geschriften, maar ook in zijn daden.

Hij verzet zich in de eerste plaats tegen de instellingen die onder het mom van democratie de individuele vrijheden gevangen houden. Hij bekritiseert eveneens de futloosheid van de blinde collectiviteit. Het begrip volk komt hem over als een mythe, want niet in staat om te denken en te handelen. Hij bekritiseert niet de machtigen, maar de middelmatigen die laten begaan, ja zelfs de machtigen voortbrengen.

De anarchist verdedigt de idee dat men de mensen verantwoordelijk moet maken. De rechtse anarchist stelt een filosofie van het “ik” voor. Dat “ik” hoort gewelddadig, veeleisend, scherpzinnig en scheppend te zijn. In navolging van Arthur de Gobineau vindt hij dat het oorspronkelijke “ik” primordiaal is en dat men het trouw moet zijn. De waarden verworven tijdens de kindertijd structureren het individu voor altijd en moeten worden gevrijwaard. De anarchist verdedigt het aristocratisme dat voor hem de eeuwige zoektocht is naar de uitmuntendheid doorheen waarden als eer, trouw, heldendom… De aristocraat is hij die de kracht van zijn verlangens kan harmoniseren met de strengheid van hun verplichtingen.

De anarchist ontdekt in zichzelf gemeenschappelijke waarden met het Ancien Régime. Hij is ondanks dat alles geen monarchist. Eigenlijk is hij meer nostalgisch naar de idealen van het ridderwezen dan naar de institutionele organisatie.

De rechtse anarchist tracht een synthese te bieden tussen de uitdrukking van de meest totale vrijheid en de erkenning van de verheven waarden van het individu. Hij behoort tot een denkstroming die het 19de-eeuwse politieke leven kenmerkt in zijn verzet tegen de grote stromingen van de eeuw: de democratie, het marxisme, het socialisme, het bonapartisme en het liberalisme.

Bron: nsalternatief

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Christenjongeren zijn bang voor ’al die moslims’
15 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Politiek Nederland and Islamisering  |   Email    |   Print

(Trouw.nl) - Gereformeerde jongeren, dit weekend bijeen, blijken een groot wantrouwen te koestern tegen moslims. „Eigenlijk zijn we al te laat.”
„De islam is een vreedzame religie. Wie is het daarmee eens?” Slechts enkele groene briefjes golven in een zee van hoog in de lucht gestoken rode papiertjes. Veel gereformeerde jongeren zijn bang voor ’al die moslims’ die hen ’zullen vermoorden als ze aan de macht komen’, klonk het dit weekend in de Barneveldse Veluwehal.

Die angst voor de onbekende, gewelddadige moslim nam zaterdagavond onder bijna zevenhonderd gereformeerde jongeren alleen maar toe. Ademloos luisterden ze naar een verhit debat tussen de islam-kritische arabist Hans Jansen, Ayhan Tonca, CDA’er en voormalig voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid en SGP-leidsman Bas van der Vlies. „Ik moet steeds maar denken aan de bijbelse tekst dat vreemden het land zullen verteren”, zegt een vrouw met donker, krullend haar in de publieksmicrofoon. „Eigenlijk zijn we al te laat. Moskeeën schieten de grond uit, tegen onze cultuur in.”

Van der Vlies knikt instemmend. „Toen ik zei dat de film van Wilders prikkelend is en aanzet tot discussie, viel het hele land over me heen. Ik heb nog gelijk gekregen ook. Je wilt niet weten hoeveel mensen in Den Haag, politiek correct als ze zijn, alleen maar kijken naar de gematigde 750.000 moslims.”

Tussen de oproepen tot waakzaamheid, omdat moslims uiteindelijk nooit respect zouden hebben voor christenen, en vertogen waarom de Bijbel zoveel beter is dan de Koran, klinkt een enkele opmerking met een andere strekking.

„Dit doet me denken aan discussiesites waar meningen op worden geslingerd zonder goede kennis”, zegt een jongen in donkerblauwe polo. „We moeten in dialoog gaan, anders komen we nergens.”

„Praten is volgens mij geen oplossing”, reageert arabist Jansen. „Het is van het grootste belang dat we wakker blijven, niet naar het gezeur luisteren dat de islam een vreedzame godsdienst is. Dat is niet waar.”

„Ik ben hier nu veertig jaar en ken veel moslims die willen dat hun kinderen opgroeien in harmonie”, zegt Tonca. „We moeten elkaar juist beter leren kennen.” Op zijn vraag wie er moslims kent, gaan hooguit een dertigtal handen de lucht in.

„Wij, als gelovigen, moeten openstaan, ervan uitgaan dat we geloven in één God die erbarmen toont. Als moslims aan de macht zouden komen, zouden we heus niet allemaal ons masker afdoen en ieders hoofd er afhakken.”

Tonca’s woorden komen niet bij iedereen aan. In de pauze vertelt een verpleegkundige dat haar moslimcollega bloedserieus verkondigde haar te vermoorden als moslims de heerschappij hebben.

„Ze willen ons dus gewoon dood hebben.”

Bron: trouw

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Oorlog als grensbegrip
15 April 2008  |   Algemeen and Europa and Globalisering  |   Email    |   Print

(Bitterlemon.eu) Björn Roose - Begin april verscheen nummer 129 van het blad TeKoS (Teksten, Kommentaren en Studies), het “conservatief cultureel tijdschrift van de Deltastichting”, met als thema “Het politiek-moreel concept van de oorlogsvoering”. Hoofdartikel daarin was “De terugkeer van de ‘rechtvaardige oorlog’”, een artikel van de Franse peetvader van Nieuw-Rechts, Alain de Benoist [1], vertaald naar het Nederlands door Peter Logghe [2]. Een bijzonder interessant artikel waarin, op basis van de ideeën van Carl Schmitt een analyse wordt gemaakt over “gearrangeerde” en “rechtvaardige” oorlogen, van de Bijbelse morodpartijen over de manier waarop oorlog werd gevoerd na de Vrede van Westfalen tot de introductie van de totale oorlog na de Eerste Wereldoorlog, om te eindigen met een uitgebreide bespreking van de internationale politiek van de Verenigde Staten. Ook voor de niet-lezers van TeKoS interessant, dacht ik zo, en tevens het aanvullen waard.

In wat hierna volgt, probeer ik aan de hand van “De terugkeer van de ‘rechtvaardige oorlog’” dan ook niet alleen de daarin weergegeven visie van Carl Schmitt te reproduceren en aan te vullen, maar ook kort de visie van Alain de Benoist op de internationale “politiek” van de Verenigde Staten van Amerika en hun tegenstanders te schetsen, net zoals de verschillen tussen de Middeleeuwse “rechtvaardige oorlog” en de moderne “rechtvaardige oorlog”. Ten slotte geef ik nog een aantal eigen bedenkingen mee over de aard van de moderne “rechtvaardige oorlog” en het verschil tussen rechtvaardiging en werkelijke reden.
Carl Schmitt over oorlog

De visie op oorlog van Carl Schmitt [3], de Duitse politieke filosoof en rechtsgeleerde (11 juli 1888 – 7 april 1985) die vooral bekend staat vanwege zijn “Der Begriff der Politischen”, maar werkelijk talloze publicaties op zijn naam staan heeft (in tegenstelling met wat vaak wordt aangenomen vooral ná de Tweede Wereldoorlog), is niet gelijk aan die van Carl von Clausewitz, “voor wie de oorlog niets anders is dan de voortzetting van de politiek, maar dan met andere middelen”. De oorlog is een grensbegrip, zegt Schmitt, dat wel degelijk in het verlengde van de politiek ligt, omdat politiek conflict inhoudt en omdat politiek door het aanduiden van de vijand voorafgaat aan oorlog, maar oorlog heeft toch een “eigen optiek en regels”.

De vijand in die oorlog moet echter een politieke vijand blijven, “een tegenstander die men natuurlijk bestrijdt, maar met wie men op een bepaalde dag vrede moet sluiten”. Vrede moet het doel van oorlog blijven, elke oorlog moet eindigen op een vredesverdrag en omdat zo’n verdrag alleen kan afgesloten worden tussen vijanden moeten die vijanden elkaar ook wederzijds erkennen. Als die erkenning – door de politiek - er niet voorafgaand aan de oorlog is, dan is vrede onmogelijk en dan wordt een oorlog een totale oorlog, die slechts de totale vernietiging van de vijand en daarmee ook het constructieve element van de politiek tot uiteindelijk doel kan hebben, al wordt dat doel wegens de beperkte middelen nooit bereikt.

Carl Schmitt “pleit” daarom voor de “gearrangeerde oorlog”, “gebaseerd op het ius publicum europaeum, die de antieke res publica christiana verving”, het type oorlog dat typisch was voor het na de vredesverdragen van Münster en Osnabrück (samen ook de Vrede van Westfalen genoemd) ontstane Europese systeem, de Westfaalse orde, waarbij de soevereiniteit van de staten tot basis van de internationale betrekkingen werd verheven: “(…) vijanden respecteren [elkaar] ook in de oorlog, zonder zich als criminelen te gedragen, zodat de oplossing van een vrede mogelijk is en zelfs de norm, de normale uitslag van de oorlog lijkt”. Het gedrag van de troepen tegenover gevangenen en burgers, neutrale staten, onschendbaarheid van ambassadeurs, de overgave van versterkingen en de modaliteiten voor vredesverdragen worden geregeld én gerespecteerd, en dat alles in oorlogen die er over het algemeen op gericht zijn zuiver territoriale disputen uit de wereld te helpen. Oorlogen worden alleen gevoerd tussen staten – met een verbod op privé-oorlogjes, bloedvetes en uiteindelijk zelfs duels, al zijn de oorlogen binnen de Westfaalse ordes eigenlijk duels “in het groot” – en het recht tot oorlog (het ius ad bellum) behoort alleen de soevereine vorst, als verpersoonlijking van de “constitutieve vrijheden of rechten van de soevereine staat”.

(Continue reading…)

Open brief aan Rita Verdonk
12 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Politiek Nederland  |   Email    |   Print

(bartjanspruyt.blogspot.com) - Geachte mevrouw Verdonk,

U en ik kennen elkaar niet persoonlijk, ik weet ook niet waar u woont en waarmee u zich de laatste dagen onledig hebt gehouden, maar toen ik dit weekeinde over een map met knipsels over de lancering van uw nieuwe beweging gebogen zat, stelde ik mij ineens zo voor dat u met uw mannen ook met zo’n map op uw schoot zat, en dat het bij u thuis een vrolijke boel was. Toen u met Ed en Kay op de gebeurtenissen van de voorafgaande dagen terugblikte, hebt u met elkaar geconcludeerd – zo stel ik mij voor – dat het Amerikaanse feestje in de Amsterdamse Passenger Terminal een groot succes was geweest, voorafgegaan en gevolgd door dagenlange gratis publiciteit. U was veel op televisie en de kranten en bladen stonden vol van u..

Maar ik denk dat dat niet de enige reden van uw vrolijkheid is geweest. Ik vermoed zo maar dat u zich met uw adviseurs vooral ook vrolijk hebt gemaakt over al die politicologen en journalisten die er – zes jaar na Fortuyn - nog steeds niets van begrijpen. In hun wereldbeeld had Geert Wilders in november 2006 naar Israël moeten emigreren. Maar hij won negen zetels. In hun wereldbeeld had u, nadat u de strijd om het leiderschap van de VVD van Mark Rutte had verloren, in de vergetelheid moeten wegzinken. Maar kijk, daar staat u ineens, geposteerd achter het roer van het schip van staat, ondanks een val van de keldertrap want een vrouw als u doet natuurlijk gewoon zelf de was, en u wordt door een grote menigte toegejuicht.

Kort voor de verkiezingen van november 2006 verscheen er een dikke bundel met wetenschappelijke studies over de ‘conservatieve onderstroom in de Lage Landen’. Dat boek had als titel Ruimte op rechts?, en de teneur ervan was dat er helemaal geen gat op de politieke rechterflank bestond. Wat een opluchting! Geert Wilders stond op één zetel in de peilingen, EénNL van Marco Pastors en Joost Eerdmans op 0,6 procent en de Lijst Vijf Fortuyn op 0,3 procent. Het gat van Fortuyn was een muizengaatje geworden. Er was geen enkele behoefte aan een nieuwe rechtse partij, de conservatieve kiezer was dik tevreden met het bestaande aanbod, zij stemden op CDA, VVD, SGP of ChristenUnie, en op rechts was er alleen nog ruimte voor wat ‘conservatief kruimelwerk’.
(Ik citeer uit een bijdrage van Joop van Holsteyn, die in Leiden hoogleraar in de Politieke Wetenschappen is, en er voor wordt betaald om verstand van dit soort zaken te hebben.)

In de peilingen van het afgelopen weekeinde staat uw TON op 22 tot 25 zetels en Geert Wilders op 18 zetels. De grote middenpartijen - CDA (31), PvdA (22) en VVD (13) - hebben nu samen 66 zetels: een nieuw diepterecord. Ook die dertien zetels van de VVD zijn een dieptepunt. Slechts 37 procent van de kiezers die in 2006 op de VVD stemde, wil dat nu weer doen; 40 procent van die kiezers stapt over op u. Door de electorale vlucht naar de flanken dreigt ons land ‘onregeerbaar’ te worden, zeggen journalisten en politici. Daarom worden alle echte problemen naar voren geschoven, want als ze iets niet willen, dan is het gedoe, geruzie en onenigheid. Daar komen maar verkiezingen van. Het woord ‘Weimar’ is de adequate metafoor voor deze situatie, maar dat woord mag je niet gebruiken want je zou er alleen maar iets mee oproepen. Als je in Nederland iets benoemt, word je er altijd van beschuldigd iets ‘op te roepen’, terwijl je het zo maar van de straat kunt oprapen.

Journalisten gaan prat op de onafhankelijkheid die de ontzuiling hen zou hebben gebracht. Maar in feite hebben zij hun oude afhankelijkheid van partij en kerk alleen maar voor een nieuwe ingeruild: voor die van het systeem, de macht als zodanig. Daarom hebben ze ook zo’n hekel aan nieuwkomers. Daarom hebben ze met vereende krachten Fortuyn eerst doodgezwegen, daarna gedemoniseerd, en pas toen hij doodgeschoten was, hebben ze geschreven dat de ‘frisse wind’ die hij door de Haagse kaasstolp had laten waaien, zo’n zegen was geweest. Exit Fortuyn en zijn erfenis.
In die geest heeft Jan Tromp van de Volkskrant afgelopen zaterdag een schrikbeeld opgeroepen van ‘het land van Rita’. Hij typeert u als ‘ophaaldienst van verlangens en eisen’, en onder uw minister-presidentschap resulteert dat in een land met zesbaans snelwegen, gratis openbaar vervoer, de doodstraf voor zeer ernstige misdaden als moord, verkrachting en terrorisme, een straatverbod voor boerka’s, een bouwverbod voor nieuwe moskeeën, een verbod op huwelijksmigratie, een halvering van de btw en het aantal ambtenaren en een verbod op softdrugs. En dat alles wordt gebracht op een toon alsof de Hunnen het hier voor het zeggen gaan krijgen, als het aan u ligt.

(Continue reading…)

Studie ‘linkse’ omroep gaat niet door
10 April 2008  |   Algemeen and Maatschappij and Politiek Nederland  |   Email    |   Print

(Volkskrant.nl) Wilco Dekker - Het eind vorig jaar aangekondigde onderzoek naar het linkse gehalte van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) is van de baan. Volgens een NPO-zegsman is zo’n onderzoek heel gecompliceerd en dus duur, zeker omdat het jaarlijks herhaald moet worden. Bovendien zouden de uitkomsten ook nog met veel onzekerheden zijn omgeven.

Dat blijkt volgens de woordvoerder uit de onderzoeksopzet van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Het SCP was benaderd voor de studie, overigens tegen de zin van het CDA-Kamerlid Atsma, die het SCP te links vond.

Het onderzoek werd in november gelanceerd door NPO-topman Harm Bruins Slot. Hij wilde weten of de programmering echt voor en van iedereen was. ‘Drie actualiteitenrubrieken op één avond die drie keer de Volkskrant nadoen, is misschien te veel van het goede’, zei hij. De studie moest ook duidelijk maken of de NPO niet te elitair, te randstedelijk en te wit was.

Dat viel mee, bleek in februari uit een imago-onderzoek door Interview-NSS, in opdracht van de NPO. Tweederde van de Nederlanders vond de programma’s links noch rechts. Ook over het elitaire gehalte werd weinig geklaagd. Die uitkomsten waren mede een reden het onderzoek van het SCP af te blazen.

De binnenkort vertrekkende NPO-topman – en CDA-prominent – Bruins Slot kwam overigens met het onderzoek toen de zoektocht naar zijn opvolger in volle gang was. Daarvoor werd onder meer Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes genoemd. Begin februari werd EO-directeur (en CDA’er) Henk Hagoort benoemd. Kan het zijn dat de voorgenomen studie naar de ‘linkse’ NPO de procedure heeft beïnvloed? ‘Absoluut niet’, aldus de NPO-zegsman. ‘De opvolging was een compleet gescheiden traject.’

Bron: Volkskrant

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Tibet en Nederland, dezelfde strijd?
10 April 2008  |   Algemeen and Politiek Nederland and Politiek Internationaal and Multikul  |   Email    |   Print

(Holland-hardcore.com) - Het is nog altijd zeer onrustig in Tibet en in de landen rondom China waar een groot aantal Tibetaanse vluchtelingen woont. Dit nadat men op 10 maart begon met demonstraties om aandacht te vragen voor de onmenselijke bezetting die Tibet al sinds 1950 in de greep van China houdt. (1) De in de hoofdstad Lhasa begonnen demonstratie van 10 maart is niet zomaar gekozen, het is de dag waarop de mislukte Tibetaanse opstand van 1959 wordt herdacht die toen bloedig werd neergeslagen.

De Chinese politie beantwoordde de demonstraties met veel geweld, ze voerde o.a. keiharde razzia’s uit in de hoofdstad Lhasa. Bij huiszoekingen worden alle verdachte Tibetanen met geweld weggevoerd. Ook zouden alle gewezen politieke gevangenen opnieuw in hechtenis zijn genomen. De Tibetanen spreken inmiddels van zeker 130 en mogelijk honderden doden. Peking had het dodental lange tijd op zeventien, en verhoogde dit het afgelopen weekeinde tot 22.

China beschuldigt de Dalai Lama en zijn omgeving van het aanzetten tot geweld en het scheppen van een klimaat van onrust. Nu is het redelijk aan te nemen dat de Tibetanen bewust de actieradius hebben opgevoerd. Omdat China nu vol in de schijnwerpers van de internationale gemeenschap staat, daar hier straks de Olympische Spelen van start moeten gaan. Maar toch is helder te zien dat China werkelijk geen enkele binnenlandse kritiek duldt en onmenselijk hard optreedt tegen eenieder die niet in de communistische pas loopt.

Dat doet ons wellicht wat onwerkelijk aan, door het keiharde optreden en de vele slachtoffers die zijn gevallen, maar ook in Nederland is er jarenlang een multiculturele pas geweest, waar iedereen in moest lopen. Tibet en Nederland, zijn er eigenlijk niet heel veel overeenkomsten?

Over Tibet
Tibet is een geografisch gebied dat zich uitstrekt over het Tibetaans Hoogland. Dat is een hoogvlakte in Tibet en de provincie Qinhai in de China en in Ladakh en Kasjmir in India en Pakistan. Heden ten dage valt het als een regio binnen de Volksrepubliek China. De regio is verdeeld over een aantal verschillende Chinese provincies; een groot deel valt onder de staatkundige Autonome Regio Tibet (zeg maar de provincie Tibet).

Volgens de Chinese census van 1996 leven in de Autonome Regio Tibet 2,44 miljoen Tibetanen. Waarschijnlijk leven er inmiddels ook ongeveer 2 miljoen etnische Han-Chinezen, waarbij nog ongeveer 200.000 Chinese soldaten moeten worden opgeteld. In de Chinese provincies Qinghai, Sichuan en Yunnan leven waarschijnlijk nog eens meer dan 5 miljoen Tibetanen. Buiten Tibet leven nog eens 120.000 Tibetanen in ballingschap verspreid over de wereld.

Harde politiek
Het politieke klimaat in China mag bekend zijn. Andersdenkenden hebben niets te vertellen, martelingen onder politieke delinquenten zijn aan de orde van de dag en de macht van het land is nog altijd in handen van de allesomvattende Communistische Partij. Maar ook buiten China wordt er steeds meer ondernomen. In Afrika bouwt men langzamerhand haar politieke en economische invloed uit, daar tracht ze de toevoer van grondstoffen naar China veilig te stellen en creëert er afzetmarkten voor Chinese goederen. Dit ongeacht welke heerser er zit en ongeacht wie er moeten werken voor deze goederen.

Ook blijken de tentakels van de Chinezen in de regio steeds langer te worden. Bijvoorbeeld Nepal, waar veel Tibetanen naar toe zijn gevlucht, wordt ook bijna geen kritisch geluid over China meer getolereerd. Dit door voornamelijk economische druk van Chinese zijde. Maar ook tekent zich langzamerhand een duidelijke geopolitieke strategie af, met als doelstelling om overal in de regio serieuze invloed op het beleid van deze landen te krijgen.

(Continue reading…)

De Islamisering is allang binnengeslopen !
9 April 2008  |   Algemeen and Cultuur and Maatschappij and Politiek Nederland and Terreur and Multikul and Islamisering  |   Email    |   Print

(Trouw.nl) - Het schijnt in Nederland taboe te zijn om over de islamisering van de samenleving te praten, schrijft moslima Nahed Selim. Waarom eigenlijk? „Ik denk dat veel Nederlanders de term niet helemaal begrijpen.” Zelf hoopt ze dat er, na de film van Geert Wilders, nog veel méér waarschuwingen komen.

In een uitzending van de Nederlandse Islamitische Omroep (NIO) op 30 maart waren reacties te zien op ’Fitna’ vanuit Egypte. Een daarvan kwam van een predikant. Naast het gebruikelijke betoog dat hij hield over respect en belediging bleek hij ook verontwaardigd te zijn over de titel van de film. Hij vroeg zich af of de ’regisseur’ wel besefte wat fitna betekende.

Uit de woorden van de regisseur in Het Parool van 9 februari blijkt dat Geert Wilders dat inderdaad wist. Iedere moslim kent het Arabische begrip fitna, aldus de PVV-leider. „Het duidt op situaties waarin het geloof van moslims op de proef wordt gesteld. Alles wat hun geloof op de proef stelt, is fitna: onbedekte vrouwen, alcohol, niet-moslims, verzet tegen het gezag van de islam. Ik gebruik die term spiegelbeeldig: voor mij is de verderfelijke islam fitna.” Wilders was ingenomen met de vondst. „Ik wilde per se een term die in de Koran voorkomt.”

Om meerdere redenen is de titel een geslaagde keuze. Fitna is een fascinerend woord. Op individueel niveau betekent het ’verzoeking’ en ’beproeving van het geloof’. Opmerkelijk genoeg wordt de verleiding die van vrouwen uitgaat ook als fitna aangeduid. Daarnaast wordt de term geassocieerd met onrust, burgeroorlog en chaos. In de klassiek islamitische geschiedenis zijn er drie grote fitna’s geweest.

Tussen 656 en 661 brak er, na de moord op de derde kalief Uthman Ibn Affan, een machtsstrijd uit, waarbij moslims voor het eerst de wapens tegen elkaar opnamen. De tweede fitna vond plaats tussen 683 en 685. Daarbij ging het eveneens om een politieke strijd om de controle over het islamitische rijk tussen de dynastieën van de Ummayaden en de Abbassyden. De derde fitna refereert aan de strijd tussen legeraanvoerders en gezaghebbers tijdens de laatste periode van de islamitische overheersing in Córdoba.

De angst voor het begrip fitna – met alle associaties van chaos en burgeroorlog tot aan verleiding en beproeving – is enorm onder moslimgeleerden. Het is bijna vergelijkbaar met het spook van de Tweede Wereldoorlog voor de Europeanen.

De Egyptische predikant, hoewel zelf een christen, eindigde zijn verklaring in de uitzending van de NIO met een spontaan gebed aan God om onze landen en samenlevingen te beschermen tegen alle soorten fitna’s en tegen de aanstichters ervan.

Het is de vraag of Wilders zich bewust was van deze historische dimensie van de titel van zijn film. Gilles Kepel was dat in elk geval wel. Deze Franse islamoloog, politiek wetenschapper en kenner van de radicale islam was de eerste die de term gebruikte in ’Fitna, oorlog in het hart van de islam’ (2005). In dit boeiende boek bespreekt hij de wisselwerking tussen djihad en fitna. Inmiddels is er haast niemand die niet weet wat djihad is. Fitna is voor moslims een minstens even belangrijk begrip, maar nauwelijks bekend bij niet-moslims. Wilders heeft hierin verandering gebracht. Dankzij zijn film maken miljoenen mensen over de hele wereld kennis met het fascinerende begrip.

De film is door de leider van de PVV bedoeld als laatste waarschuwing aan Nederland, tegen de islamisering. Waarom de laatste? Ik hoop dat er veel meer waarschuwingen komen. Met elk land waar zich een totale islamisering heeft voltrokken, ging het bergafwaarts. Hoe meer islamisering, hoe meer onrust, materiële en culturele armoede, conflicten tussen bevolkingsgroepen, bloedvergieten en andere ellende. Kijk maar naar Pakistan, Iran, Soedan, Jemen, Somalië. De samenleving die we nu hebben is veel beter, voor iedereen.

(Continue reading…)

Fitna: Waarschuwing !
7 April 2008  |   Algemeen and Cultuur and Maatschappij and Religie and Terreur and Multikul and Discussie and Islamisering  |   Email    |   Print

(Elsevier.nl) Gerry van der List - Ondanks alle gebreken heeft Wilders-filmpje nut: het wijst op de intolerantie van de Koran !

Een half uur na de verschijning van Fitna op internet vorige week donderdag werd al duidelijk hoe zinvol het omstreden filmpje van Geert Wilders is. In het RTL Nieuws somde de nieuwslezer een paar onthutsende passages uit de Koran op en vroeg beteuterd aan studiogast Hans Jansen of die werkelijk in het heilige boek van de moslims staan. Het antwoord van de arabist kon niet anders zijn dan: ja, die staan erin.

De Koran is namelijk een erg onverdraagzaam en gewelddadig boek, dat niet-moslims alleen maar hel en verdoemenis in het vooruitzicht stelt: ‘Zij die ongelovig zijn aan Onze tekenen die zullen Wij braden in een Vuur. Telkens wanneer hun huid gebakken is, verwisselen Wij dit met andere huid opdat zij de bestraffing smaken.’ De genoemde Jansen heeft geregeld uitgelegd dat dergelijke oorlogszuchtige taal van Allah door moslims kan worden opgevat als een licence to kill , een jachtakte om ongelovigen om zeep te helpen.

Iedereen, dus ook een lid van de Nederlandse volksvertegenwoordiging, heeft het volste recht om in een film te laten zien tot welke gewelddaden de haatdragende taal uit de Koran kan leiden. Het is niet aan de Verenigde Naties, niet aan de Europese Unie, niet aan de Nederlandse regering om een criticus van de islam ook maar een strobreed in de weg te leggen.

CDA-premier Jan Peter Balkenende merkte in een officiële reactie op dat Fitna als enig doel het kwetsen van gevoelens heeft en vroeg ‘respect voor ieders diepste overtuiging’. Maar het probleem is nu juist dat veel moslims er door lezing van de Koran ten diepste van overtuigd zijn geraakt dat niet-moslims te vuur en te zwaard moeten worden bestreden, en vrouwen, joden en homo’s bijvoorbeeld minderwaardig zijn. Dat verdient allesbehalve respect.

De veelgehoorde tegenwerping dat de Bijbel ook bedenkelijke passages kent, snijdt geen hout. Het Oude Testament doet bij de moderne lezer weliswaar geregeld de haren te berge rijzen, maar het Nieuwe Testament verkondigt een moraal van liefde, vergeving en vredelievendheid die een groot contrast vormt met de krijgszuchtige mentaliteit in de Koran. Bovendien nemen veel christenen hun Heilige Schrift niet meer letterlijk. Bij moslims is twijfel aan het papier geworden Woord van Allah nog altijd taboe.

Wat allemaal niet wil zeggen dat Fitna het niveau van het publieke debat aanzienlijk verhoogt. Het gaat om een tamelijk amateuristisch, emotioneel, ongenuanceerd product vol knip- en plakwerk van een politicus die grossiert in overdrijvingen. Nederland staat niet op het punt aan islamisering ten onder te gaan, het is, anders dan Wilders beweert, geen ‘vijf voor twaalf’.

Maar als het bijdraagt aan het openen van ogen voor de problematische kanten van een intolerant boek dat een enorm en groeiend aantal gelovigen wereldwijd inspireert, kan het Wilders-filmpje worden gezien als een nuttige waarschuwing.

Bron: Elsevier

Tags:

AddThis Social Bookmark Button

Youp van ’t Hek is een fascist